Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.

Vogels in de poëzie:

 

De Meeuw

Als ik in de zomer in Bretagne uit de auto stap - altijd aan zee - dan is de schreeuw van de meeuwen boven de haven, voor mij het ultieme signaal dat het vakantie is. Maar meeuwen tref je overal. Ook in het binnenland. In grote groepen soms, als er iets te halen valt. Ze zijn het geluid van de vrijheid.

Er zijn veel soorten meeuwen. En ze lijken altijd op zoek naar voedsel. Kieskeurig zijn ze niet. Daarom zijn ze er ook zo veel en zijn ze op veel plaatsen te vinden, zelfs in de stad en vooral ook op de vuilnisbelt. En soms zit een meeuw, als een ornament op een strandpaal of op een peiler van de brug. Dat is het beeld in het gedicht dat Jaap Zijlstra schreef over de meeuw.

 

Meeuw

 

Je staat voor de verlichte hinderpalen

van een geheven brug,

verboden naar de hemel op te varen

of welke hoge vlucht.

 

Beneden je, boordevol licht,

in de wateren onder de aarde,

een in zichzelf verzonken schip

opvarende in de laagte

 

Je staat tussen wolken en water

verroert geen vin, laat geen veer -

de kanteling van een meeuw

en kijk, de brug legt zich neer.

 

Jaap Zijlstra (uit Boven de wind uit: Jaap Zijlstra en Loes Botman)

—---------------------------------------------------------------------------------

 

De Fuut

De fuut hoort bij het water. Het is in zekere zin een van onze “gewone” watervogels. Maar wie goed kijkt ziet een prachtige vogel met een lange hals, zwarte kuif en bruine nekharen. Zo gewoon - er zwemt altijd wel een fuut in de buurt - maar ook zo mooi. Ivo de wijs schreef een klein grappig gedichtje over de fuut.

 

Fuut

Hier is de fuut, zoals u ziet

zich van de nestbouw aan het kwijten                                                                

Met wier en eendekroos en riet

en andere futiliteiten.

 

Ivo de Wijs

 

 

—-------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De Pauw

Voor de Nederlandse vogelaar telt ie niet mee, de Pauw. Wikepedia: “Ze vallen binnen de grote familie van de fazantachtigen (Phasianidae) op door hun gekleurde verenkleed en de grote sierveren van de mannetjes. In tegenstelling tot de kleurige verschijning van het mannetje is het vrouwtje van de blauwe pauw onopvallend gekleurd. Bij de groene pauw is het onderscheid tussen de beide seksen kleiner. De pauw is waarschijnlijk de oudst bekende siervogel.”

De vogel wordt met zijn prachtige veren niet voor niets vaak gebruikt als metafoor voor trots - zo trots als een pauw. Het beest inspireerde Jaap Zijlstra tot het volgende gedicht.

 

Pauwhof

 

Waar blijf ik nu met mijn vertoon -

twee pauwen kwamen aangeschreden,

ontvouwden hun waaiers,

bogen, keken mij aan

met duizend prachtige ogen;

wat kon ik doen

dan buigen zoals zij

in mijn kaal lijf, behangen met kledij -

zij keerden, keerden

zich van mij af.

 

 

(uit Jaap Zijlstra & Loes Botman Boven de wind uit:  61)

 

Jaap zijlstra

 

 

 

 

—-------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De Nachtegaal

 

Geen Nederlandse vogel heeft een klanken-repertoire zoals de nachtegaal. Vooral ‘s avonds laat, zo na elven, kan het vogeltje alle registers lostrekken. Maar ook overdag is de vogel te beluisteren. Een geweldige variatie aan klanken en een verrassend krachtige toon. Wie de nachtegaal een tijdje heeft beluisterd vergeet de zang nooit meer. De diepe en doordringende klanken maken dat je stilstaat en minutenlang verwonderd blijft luisteren.  

Het valt niet mee de vogel te zien te krijgen. Doorgaans zit hij verscholen in een struik, een paar meter boven de grond.

De vogel inspireerde Handel tot het schrijven van The Cuckoo and the Nightingale (klik op afbeelding rechtsonder), een concert voor orgel en strijkorkest.

Jaap Zijlstra schreef een kort gedichtje over De Nachtegaal, onder de titel Horige.   

 

Horige

 

Gendt, dat omarmd ligt door de Waal,

daar schiep die nacht een nachtegaal

Tussen de hoge aria’s in

een diepe stilte, een oerbegin -

dat mij een vogel, gering van leest,

Zo ruim kon maken en zo bedeesd.

 

Jaap Zijlstra (uit Jaap Zijlstra & Loes Botman: Boven de wind uit)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

—----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Kerkuil

 

Bijna magisch doet ie aan, de kerkuil. Maar wie heeft er ooit een gezien? Het is een verrassing als je - vooral in de avond of de nacht - in de schijnwerpers van je auto of zo maar, een kerkuil ontmoet. Of als je hem ziet zitten, stil, op een afgebrokkeld muurtje van een ruïne. Een prachtige vogel met een wit gezicht, gitzware ogen en een prachtig verenkleed. Maar dat krijg je maar zelden te zien. Als je de kerkuil tegenkomt, zie je hem waarschijnlijk vliegen, bijna wit. De uil leeft vooral ‘s nachts en is dan op zoek naar prooi, kleine knaagdieren. De kerkuil inspireerde Jaap Zijlstra tot het volgende gedicht;

 

Dank

 

De kerkuil die onhoorbaar zacht

zijn vleugels uitslaat in de nacht

en op een muis valt die bij maanlicht

rondneust of er nog wat graan ligt -

zo dankt ter wereld de despoot

zijn leven aan de muizendood.

 

Jaap Zijlstra

(Jaap Zijlstra & Loes Botman in: Boven de Wind (2012)

 

(klik op de foto’s voor meer foto’s of een filmpje)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar startpagina

—-----------------------------------------------------------------------------------

 

Zwaan van Asselijn

 

Wat een prachtig krachtig schilderij, De Zwaan van Asselijn. Wie het nest van de zwaan te dicht nadert krijgt met een van de zwanen te maken. Een klap van de vleugel kan hard aankomen. De agressie van de zwaan is recht evenredig met de vaste wil om haar kuikens tot het uiterste te verdedigen.

Het schilderij van Asselijn hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Een bezoek aan het museum is alleen vanwege dit schilderij al de moeite waard.

 

Idat Gerhardt was onder de indruk van de kracht van het kunstwerk. Het was haar aanleiding om dit gedicht te schrijven. Het gedicht dat aanzet tot reflectie, heeft de titel Confrontatie:

 

 

Confrontatie

 

De Zwaan van Asselijn die levensgroot

het hele doek diagonaal beslaat

en uitwijst met gezag, de vleugels wijd,

die waagt te naderen tot zijn areaal.

 

Een aartszwaan, strijdbaar op het nest bedacht,

waar driftig wat nog amper is beveerd

het daglicht zoekt en tikt tegen de schaal.

En straks zich onvervaard te water waagt.

 

En wie hier achteloos denkt voorbij te gaan

of omkeert op zijn schreden en blijft staan,

hij wordt gedagvaard tot een kort geding.

Het eindeloos verdaagd verhoor vangt aan:

“Wat hebt gij met uw kinderen gedaan?”

 

Ida Gerhardt

—----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De Kleine Specht

 

Ik moest het eerst nakijken in mijn waarnemingslijst: ik twijfelde maar ik heb deze vogel toch wel - ook maar één keer voor zover ik mij herinner -  in de natuur gezien:  op een boom, dichtbij ‘De Zeearend’, de vogelhut in de Oostvaardersplassen. Toch schrijft Wikipedia dat de kleine bonte specht (dendrocopos minor) een vrij talrijke broedvogel is. Ik waag het te betwijfelen. Maar de verrassing is des te groter als je het beestje opeens mag ontmoeten. Spechten intrigeren mij. Afgelopen zomer liep ik naar de vijver en zag ik de groene specht opvliegen uit het riet achterin. En toen ik keek zag ik op ongeveer dezelfde plek ook nog een grote bonte specht. Een mooi moment. In het voorjaar van 2012 heb ik de zwarte specht uitgebreid kunnen bekijken in het Molecatenbos, waar een paartje zwarte specht een hol hakte in een beukenboom. Ida Gerhardt schreef een prachtig gedichtje met een licht ironische afloop  waarin de kleine bonte specht een bijzondere rol speelt: De Aanstoot

 

DE AANSTOOT

 

Hamer, kleine bonte specht;

stoot uw snavel op de stammen.

In dit bos van molm en zwammen

klinkt uw hard geluid oprecht.

 

Hamer in het gistend woud -

In mijn hart en in mijn oren

dringt uw tikken en uw boren.

Hamer op het harde hout.

Hamer, kleine bonte specht;

straks - zij zullen God wel danken! -

timmert men voor mij zes planken.

Dan is alle twist beslecht.

 

Ida Gerhardt

 

Kleine bonte specht             kleine bonte specht

 

 

 

—-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De IJsvogel

 

Belevenis

 

Stil en fonkelend versteend,

ijsvogel op een tak -

flitsend,

een en al schittering,

breekt hij het watervlak.

 

(uit Jaap Zijlstra & Loes Botman Boven de wind uit:  87)                               

                                                                      

 

Jarenlang leek was de ijsvogel voor mij een bijna mystieke wezen. Zo’n prachtige en markante vogel, bestond die echt? Ik zag de vogel alleen in mooie natuurboeken. En op de basisschool maakte ik tekeningen van de ijsvogel, waarvan het artistieke kwaliteit overigens nooit grote hoogte heeft mogen bereiken. Het duurde tot ongeveer 1989 dat ik voor het eerst een ijsvogel zag, terwijl ik toen toch al langer als vogelaar de velden introk. Maar opeens was ie daar, bij het sluisje, op de dijk bij Wapenveld. Twee, drie seconden zag ik hem, en weg was hij. Mijn dag was goed. Elke keer als ik over het sluisje rijdt, denk ik nog aan dat moment.

De ijsvogel. Het is een fantastisch mooi vogeltje. Het valt niet mee om hem te zien te krijgen. Laag over het water scherend is hij voorbij voor je er erg in hebt. En dan toch, als je geduld hebt, zit hij daar dan toch ineens voor je neus, op een tak boven het water. Dan laat hij zich goed bekijken, op afstand, dat wel. Dus een goede kijker heb je wel nodig. Als je de vogel van dichterbij wilt zien, kan dat wel. Bijvoorbeeld vanuit een vogelhut. En wie aan het water woont, moet ook niet gek opkijken als het vogeltje opeens in de tuin opduikt. Gefeliciteerd als dat gebeurt. Het maakt je dag goed. Jaap Zijlstra brengt ons dichter-bij dit wonder van de schepping, in het gedichtje Belevenis.

 

 

 

—-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

De Pimpelmees

 

Elke dag komen ze in kleine getale naar de voederplaatsen. Een beetje schichtig altijd, dat wel. Maar wel altijd vooraan als er wat te halen valt. De pimpelmees. Met de koolmees, de mus en de merel, behoort de pimpelmees zo ongeveer tot ons tuinmeubilair zullen we maar zeggen. Je ziet ze overal en op elk tijdstip van de dag. Hoe gewoon we het daarom ook vinden er een te zien, de pimpelmees is een mooi vogeltje: blauwe kruin en de gele borst, maar gelardeerd met groen en zwart. Een mooi vogeltje. Jaap Zijlstra probeerde het vogeltje in rijm te vangen in zijn gedicht Pimpel.

 

Pimpel

 

Wat heb ik met bomen,

hij woont er,

paleizen van beuken

vliegt hij in en uit,

heeft de kastanje

zijn luchters ontstoken,

boven de wind uit

hoor ik zijn geluid.

 

 

(uit Jaap Zijlstra & Loes Botman Boven de wind uit:  63)

 

 

            pimpelmees                         koolmees

 

 

 

 

—-------------------------------------------------------------------------------

                  

Het Puttertje

 

Zomer en winter kun je hem aantreffen, het  puttertje (carduelis carduelis).  En je gelooft je ogen niet als je dit vogeltje van dichtbij mag bekijken. Wat een kleuren.  Het felle rood en geel en het contrasterend zwart, maar ook wit en bruin. Wie het vogeltje voor het eerst ziet denkt aan een ontsnapt tropisch vogeltje. Maar in werkelijkheid is het puttertje met regelmaat te zien: in de vrije natuur, maar ook in je eigen achtertuin.

Het beestje eet graag zaden, maar voedt zich ook met insecten. De zaden van de distel zijn favoriet. Vandaar de bijnaam Distelvink. In het najaar is het puttertje dan ook vaak te zien op de toppen van de distels. Het vogeltje inspireerde Jaap Zijlstra tot het maken van het volgende gedicht:

 

 

Plant en dier

 

Manshoog de zonnebloem,

het is koud, wij staan gezicht

aan gezicht, de eerste sneeuw

maakt van je goud wit goud.

 

Gul strooi je zaden

in het rond en opeens,

daar is het, het puttertje,

dicht bij mij op de grond.

 

Wat goed, kleine befaamde,

dat ik je beleven mag, je geeft

met je kleurige streken

gloed aan mijn winterdag.

 

(uit Jaap Zijlstra & Loes Botman Boven de wind uit:  67)

 

 

 

Carel Fabricius schilderde dit wonderschone beestje. Het schilderij hangt - als ik me niet vergis- in het Mauritshuis.

 

 

 

 

 

Kenmerkende combinatie, de Distelvink op een distel.