Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.
Toespraak Harry Lamberink, uitgesproken op de Algemene Ledenvergadering van het LVGS d.d. 12 november 2009

Voorzitter, bestuur, dames en heren, leden van het LVGS
Discussies over onderwijs maken veel los in de samenleving. Want iedereen heeft er wel iets mee: herinneringen aan school, de school op de hoek die voor zoveel parkeerproblemen zorgt,  je eigen kind dat net naar school gaat, of je puberdochter die, al dan niet, goed wordt opgevangen door haar mentor. Ja, iedereen heeft wel iets met de school. Dat maakt onderwijs tot een belangrijk politiek item.
Het politieke debat in de Tweede Kamer heeft tot doel om, in een confrontatie van verschillende politieke visies en vanuit diepe overtuigingen over de wenselijke samenleving, met elkaar te spreken over de hoofdlijnen van het regeringsbeleid. Maar ook om wetten te maken die goed zijn voor ons land.
Maar wat is de praktijk?
De praktijk is dat politici en hun partijen in hun dagelijkse strijd om de sympathie van de kiezer, zich graag inlaten met incidenten die de kiezer beroeren. Het volksempfinden met de oriëntatie op de  onderbuik maakt dat veel kiezers ‘zwevend zijn’,  gemakkelijk te winnen voor een helder geluid, maar even zo gemakkelijk weer wegzwevend naar een andere partij als die de juiste snaar weet te raken. Dat nodigt politici uit om zich in de kijker te spelen, om zichtbaar te willen zijn. Het nodigt hen uit dingen te doen en te zeggen die de media halen. Hijgerige incidentenpolitiek staat zorgvuldige duurzame besluitvorming, als uitkomst van een zorgvuldig politiek debat, in de weg.
En dan de inhoud:
Een terugblik op een jaar parlementaire geschiedenis maakt duidelijk dat het debat op scherp komt te staan als het onderwerp religie aan bod komt. Religie in het publieke domein is voorwerp van een heftig debat.  De komst van de islam in een samenleving waarin religie langzaam weggleed naar de rand van de samenleving, zorgt voor botsende emoties en standpunten in politiek en samenleving. Religie roept verzet op. Het baseert zich immers op bronnen buiten de tastbare werkelijkheid. En religie past zich niet automatisch aan, aan de cultuur van het midden.
De publieke moraal in Nederland wordt, zo lijkt het, steeds meer gedomineerd door een libertijnse, zo niet, dan toch in elk geval libertaristische toonzetting:
Libertijnen waren van oorsprong theologen die de volledige gewetensvrijheid van de mens preekten omdat het laatste tijdperk hier op aarde, de 1000 jaar die aan het laatste oordeel voorafgaan, het tijdperk van de Heilige Geest is.  Kerkelijke en maatschappelijke wetten zouden hun betekenis verliezen en mensen zouden individueel, dus zonder tussenkomst van de kerk, het ware Woord van God herkennen. Volledige individuele vrijheid als norm.
In de loop van de middeleeuwen kwam het begrip ‘libertijns’  los van haar theologische oorsprong en kreeg het meer de klank van het volledig nastreven van eigen belang en eigen genot zonder je te bekommeren om een ander.
Het politieke filosofische libertarisme  staat wel absolute vrijheid voor, maar met de beperking dat men nooit de vrijheid en integriteit van andere personen mag aantasten, aldus Wikipedia.
In het Nederlandse politieke klimaat vormt inperking van de ruimte voor het individu een belangrijk taboe. We herkennen daarin de libertaristische trekken. Immers, met beroep waarop zou je de ander iets kunnen of mogen opleggen of ontzeggen? Als er geen macht of kracht of gezagsbron is buiten de waarneembare werkelijkheid, dan is er maar één reden om het individu te begrenzen, namelijk het belang van het andere individu.  Zo ontstaat een publieke moraal waarin de begrippen goed en kwaad langzaam hun relevantie verliezen en waarin individuele vrijheid de maat der dingen wordt.
In dit politieke klimaat hebben christenen en christelijke partijen de schijn tegen: ze beroepen zich op buitenaards gezag. En ze gedragen zich als moraalridders waarvan de spruitjeslucht je al van verre tegemoet komt.
De komst van de Islam vormt daarbij een bron van spanning in de samenleving.  Islamitische cultuurelementen stuiten op groot  verzet. Ze zijn strijdig met de idealen van een vrije samenleving met autonome individuen. Orthodoxe christenen staan echter in dat opzicht voor sommige politieke partijen op één lijn met de islam.

Integratie en gelijkheid
Er zijn twee belangrijke onderwerpen waarin bovenstaande teneur zich in de afgelopen periode heeft afgetekend:
1.
de discussie rond de algemene wet gelijke behandeling, toegespitst op homoseksuelen;
2.
de discussie over segregatie en integratie.

Gereformeerde scholen voeren een beleid waarin de eigen identiteit een sturende rol heeft. Dat leidt tot een gericht toelatingsbeleid als het om leerlingen gaat. In ongeveer 5% van de Nederlandse scholen is er sprake van een gericht toelatingsbeleid waarin godsdienstige criteria een rol spelen.  Andere scholen zijn de facto algemeen toegankelijk. Een gericht toelatingsbeleid leidt tot een eenzijdige samenstelling van de leerlingenpopulatie en draagt daardoor – volgens SP, Groen Links en D66 – bij aan segregatie in de samenleving.
Letterlijk zegt Jasper van Dijk dat christelijke en islamitische scholen hun leerlingen isoleren van de samenleving. De drie genoemde partijen komen daarom binnenkort  met een wetsvoorstel voor acceptatieplicht. Daarbij gaat het niet alleen om de overtuiging van de SP dat gemengde scholen een belangrijke bijdrage vormen bij het tegengaan van segregatie.  Ook speelt mee het verschoven perspectief m.b.t. de onderwijsvrijheid.  Art. 23 van de grondwet biedt de aanbieder van het onderwijs de vrijheid om dat onderwijs naar eigen overtuiging in te richten. Maar een groot deel van de kamer definieert vrijheid van onderwijs veel liever als de vrijheid van de ouder om een school voor zijn of haar kind te kiezen.
Maar Jasper van Dijk maakt het plaatje wel heel eenvoudig door te suggereren dat scholen – als ze daar al op uit zijn – in staat zouden zijn hun leerlingen te isoleren van de samenleving.  Want de werkelijkheid is dat de school noch de ouders het monopolie hebben als het gaat om de beïnvloeding van jongeren: immers, jongeren leren ook van de peergroep, op straat, op het sportveld, achter de computer, van de televisie en hopelijk ook in de kerk.
De boodschap van Jasper van Dijk is duidelijk als hij zegt: ‘Wie wil dat scholen meewerken aan de segregatie ziet in dat er voor orthodoxe scholen geen plaats meer is. Zij isoleren zich immers doelbewust van de samenleving en kunnen meisjes weigeren omdat ze een broek dragen. Hoog tijd om daar een eind aan te maken.’ Waarvan acte.
In gereformeerde scholen is er m.i. geen sprake van dat leerlingen worden geïsoleerd van de samenleving.  Wel is het zo dat een school met een heldere eigen identiteit voor de uitdaging staat om de eigen leerlingen op een evenwichtige wijze te helpen de andere wereld te leren kennen. Het heeft daarom waarde als de school vakken als burgerschap en maatschappelijke stage ook benut om leerlingen in aanraking te brengen met leerlingen van andere culturen en religies. Het is een belangrijk goed dat jongeren op mogen groeien in een min of meer consistent christelijk opvoedingsklimaat. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijke opvoeding bijdraagt aan de vorming van stabiele burgers die een positieve bijdrage leveren aan het ontwikkelen van de samenleving. Gereformeerden leren hun kinderen verantwoordelijkheid te dragen, om de ander lief te hebben (hetgeen verdergaat dan respecteren) en om actief bij te dragen in de samenleving.
Tegelijk: het leren kennen van medeburgers gaat niet vanzelf. Andersgelovigen tegenkomen op straat leidt nog niet automatisch tot wederzijds verstaan. Veel gemakkelijker vatten vooroordelen jegens andere mensen en groepen post in de mensenziel. Daarvoor zijn ook christenen niet immuun.
Gereformeerden mogen ruimte vragen voor een eigen identiteitsbeleid. Het LVGS zet zich in voor het goede gesprek met politieke en maatschappelijke opinieleiders om de beeldvorming m.b.t. christenen en gereformeerde scholen realistisch te houden.
Intern zou ik wel eens de discussie willen voeren in hoeverre gereformeerde scholen vanuit een heldere schoolidentiteit in staat zijn om leerlingen vanuit andere culturen en religies te bedienen zonder dat dit in mindering komt op de realisering van de eigen identiteit.
Los daarvan:  van scholen wordt gevraagd hun taak te verstaan om de eigen leerlingen in aanraking te brengen met leerlingen van andere cultuur en religie. Het zou mooi zijn als scholen er ook nog in slagen om zwarte scholen met veel achterstandsleerlingen via uitwisselingsprogramma’s een handje te helpen met de integratie van deze leerlingen in onze samenleving.

Homoseksualiteit
Dan het gelijkheidsdebat.  Afgelopen zaterdag nam Minister Plasterk een exemplaar  in ontvangst van de lesbrief die in het gereformeerd voortgezet onderwijs is ontwikkeld rond het onderwerp homoseksualiteit. Een compliment aan het adres van het gereformeerd voortgezet onderwijs is wel op zijn plaats.
Opvallend was dat de Minister na zijn waarderende woorden voor de stap die de scholen zetten, nog eens onderstreepte dat een gereformeerde school het enkele feit dat iemand homo is en dat ook praktiseert, niet mag aangrijpen om  hem te weigeren of te ontslaan, tenzij er sprake is van bijkomende omstandigheden. De Minister zweeg over het feit dat de regering recent het standpunt heeft ingenomen dat het enkele-feit-construct uit de wet zal verdwijnen ten gunste van een nieuwe formulering waarin de rechten van homo’s en de rechten van bijzondere scholen evenwichtig worden geformuleerd. De Minister is in de ministerraad medeverantwoordelijk voor het kabinetsstandpunt. Zijn uitspraak bevestigde het beeld dat ontstond toen we een paar weken geleden Jeroen Dijsselbloem vroegen naar het standpunt van de PVDA m.b.t. de brief van de regering. De PVDA  is gewoon niet gelukkig met het regeringsstandpunt en staat onder druk van het COC en andere maatschappelijke organisaties die de emancipatie van homo’s tot doel hebben.
Een deel van de kritiek die anderen op ons hebben mogen we ons wel aantrekken. Het is beschamend dat wij in onze christelijke gemeenschap nogal eens selectief te werk gaan als we invulling geven aan de opdracht van Christus onze naaste lief te hebben. Het omzien  naar de weduwe en de wees gaat ons daarbij gemakkelijker af dan het recht doen aan homo’s en lesbiennes. Het gesprek over dit onderwerp staat terecht op de agenda van het gereformeerd onderwijs.  Er is nog heel wat te bespreken in de tijd die voor ons ligt.


Kwaliteit
Dan de kwaliteit van ons onderwijs. Dat is een tweede item dat de Kamer de laatste tijd heeft beziggehouden. Het belang van goede onderwijskwaliteit hoeft geen toelichting. We willen voor onze kinderen goed onderwijs. Gereformeerd onderwijs verdraagt zich niet met middelmatigheid.  De regering heeft ingezet op verbetering van de kwaliteit van rekenen en taal. Dat was ook nodig.  Maar de focus op de basisvaardigheden brengt wel het risico van verschraling van het onderwijs met zich mee. Immers, wie goed wil presteren op deze twee vakken levert in op andere vakken.
Het was altijd de onderwijsinspectie die de kwaliteit van het onderwijs in de gaten hield. Dat leidde nogal eens tot een volgzame houding. Als de inspecteur tevreden was waren wij het ook. Daar kunnen we niet meer mee toe. Onderwijskwaliteit is een zaak van de school zelf, van het bevoegd gezag. Jarenlang was het beleid gericht op een terugtredende overheid en een zelfstandig schoolbestuur. Wij ondersteunen die ontwikkeling. Schoolbesturen c.q. schooldirecties werken als het goed is vanuit een eigen visie op onderwijs en onderwijskwaliteit. Zij hebben in de gaten hoe het er in hun school of scholen voor staat met de onderwijskwaliteit. En ze hebben de vaste wil om samen met de teams optimaal te presteren.
Werken aan kwaliteit veronderstelt een heldere visie bij bestuur en directie; een heilzame onrust, professionele ambitie vanuit een dito idealisme; een aanspreekcultuur in plaats van vermijdende communicatie; zelfbewust leiderschap, hoe dienend ook, en de vaste wil om voor de leerling tot het uiterste te gaan.
Wij hebben het gevoel dat er nog veel te winnen is in het onderwijs, ook in het gereformeerd onderwijs.