Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.

Schooluitval funest voor leerling en samenleving

Door Harry Lamberink

In 2008  telde het Nederlandse onderwijssysteem veel uitvallers. 35000 van de 53000 voortijdige schoolverlaters waren toen uit het MBO afkomstig. Dat kwam onder meer door laagdrempelige instroming (zonder VMBO-diploma).  In die periode verscheen het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau, getiteld  Gestruikeld voor de start: daarin werd duidelijk dat de leerachterstanden op jongere leeftijd een duidelijke indicatie vormen voor het risico op uitval.
Het aantal leerlingen dat uitvalt is anno 2013 veel kleiner geworden. Scholen doen eht beter. Maar het fenomeen is er nog steeds. Nog te veel leerlingen vallen uit in het voortgezet en vooral in het middelbaar beroepsonderwijs.
Kinderen uit eenoudergezinnen lopen twee keer zo veel risico om uit te vallen. Dat geldt ook voor leerlingen uit de laagste inkomensgroepen en allochtone leerlingen. Ook kinderen van ouders die geen werk hebben lopen een verhoogd risico. Omdat risicofactoren zich opstapelen in een grootsteedse omgeving is het wonen in de grote stad op zich al een indicator voor schooluitval.
Onderstaand artikel werd geschreven in 2008, maar is voor een groot deel nog actueel.

Kritische factoren
Of leerlingen daadwerkelijk uitvallen hangt ook af van de manier waarop de school met haar leerlingen omgaat. De uitvallers zelf noemen het schoolklimaat de belangrijkste factor waardoor het mis ging. Gebrek aan echte belangstelling voor hun wel en wee maakte volgens hen dat ze zich niet thuis hebben gevoeld op school. Leerlingen die voorafgaand aan beëindiging van de schoolloopbaan vaak spijbelden verwonderden zich over de lakse reactie van de school ten aanzien van hun spijbelgedrag. De Onderwijsinspectie heeft scholen met veel voortijdige schoolverlaters vergeleken met andere scholen. Scholen met veel uitval scoren lager als het gaat om de kwaliteit van pedagogisch-didactisch handelen, leerstofaanbod, en kwaliteitszorg,  het onderwijsleerklimaat en begeleiding van zorgleerlingen.

“Verloren”  in het ROC
In 35000 van de 53000 gevallen van uitval gaat het over Mbo-leerlingen.  Veel leerlingen mogen daar instromen zonder VMBO diploma.  In die categorie zijn de allochtone leerlingen oververtegenwoordigd. Maar leerlingen raken ook vaak “verloren’ als ze van het vertrouwde VMBO het grote ROC binnenkomen. Leerlingen zouden er het gevoel hebben dat niemand ze mist. Dat maakt wegblijven gemakkelijker.     
Het kabinet heeft van de aanval op uitval een speerpunt gemaakt. En terecht. Want schooluitval is funest voor de leerlingen zelf maar ook voor de samenleving. In de afgelopen twee jaren is de schooluitval daadwerkelijk teruggedrongen. Maar het gaat niet hard genoeg om de doelstellingen te halen, halvering van het aantal vroegtijdige schoolverlaters van 70.000 (2002) naar 35.000 in 2012.

Grote gevolgen
Leerlingen die zonder startkwalificatie de school verlaten krijgen het moeilijk op de arbeidsmarkt. In de kennissamenleving is een goede opleiding erg belangrijk. Zonder diploma lopen jongeren verhoogd risico om aan de onderkant van de samenleving terecht te komen, zonder werk en met een heel beperkt inkomen, met een laag zelfbeeld en zonder hoop op een goede toekomst.
Zonder werk betekent ook zonder daginvulling en zonder structuur.  Schooluitval kan als zodanig worden gezien als “de voorbode van maatschappelijk onheil zoals werkloosheid, sociale uitsluiting en
Criminaliteit”, zoals het wordt geformuleerd in het rapport  Kosten en baten van voortijdig schoolverlaten. ( Het rapport van mei 2006 werd gemaakt  in opdracht van de Taskforce Jeugdwerkloosheid.).  Iedereen kan zich voorstellen dat  ook de samenleving als geheel grote schade oploopt als er sprake is van een substantiële groep jongeren zonder diploma’s: ze moeten worden onderhouden via een uitkering, ze krijgen vaker te maken met gezondheidsklachten, ze zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitscijfers etc.

De remedie
Hoewel er bij dit soort complexe vraagstukken geen simpele remedie bestaat kan er wel wat gedaan worden. En veel scholen plegen al een forse inspanning.
Een vroegtijdige signalering van onderwijsachterstanden blijkt van groot belang. Hoe eerder achterstanden worden opgemerkt, hoe beter deze bestreden kunnen worden. Eenmaal op school heeft een goede samenwerking tussen ouder en school een preventieve werking. In de school is een persoonlijke betrokkenheid bij individuele leerlingen bijna doorslaggevend: echte belangstelling voor de leerling geeft verbinding. Een begeleide overgang van VMBO naar MBO helpt leerlingen en voorkomt dat ze  “zoek” raken.  Het Sociaal Cultureel Planbureau doet verder de suggestie om het hele traject van VMBO naar MBO niveau 2 binnen een instelling, het VMBO aan te bieden. Dat maakt het gemakkelijker om doorlopende leerlingen en een continue leerlingenzorg te realiseren.
Maar alle inspanningen kunnen niet voorkomen er een categorie leerlingen blijft die geen startkwalificatie zal halen. Deze groep zal nog groeien naarmate de  eisen die de  (kennis)samenleving aan de burger stelt, hoger worden.  Dat noopt er toe ook met andere ogen te kijken en te beseffen dat de waardering voor cognitieve talenten wel eenzijdig nadruk krijgt in onze kennissamenleving. Dat gaat al gauw ten koste van mensen met heel andere talenten. Het zou kwalijk zijn als zij in het toekomstbeeld van de Nederlandse beleidsmakers, automatisch buitengesloten zouden zijn omdat de startkwalificatie in het onderwijs de enige maat wordt voor ons menszijn.