Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.
Erik borgman: Overlopen naar de Barbaren
Anselm Grun e.a.: Levenslessen: Inspiratiebron voor het christelijk onderwijs
Ton Lemaire: Over de waarde van culturen
George Steiner: Het oog van de meester
Francis Fukuyama: Trust, The Social Virtues and the Creation of Prosperity
Forum C, Pieter Vos e.a.: Op rancuneuze gronden

6. Erik Borgman,  Overlopen naar de barbaren
Het publieke belang van religie en christendom
Uitgeverij Klement/Pelckmans, Kampen 2009

Door Harry Lamberink

Erik Borgman is Katholiek Theoloog. Zijn boek Overlopen naar de barbaren gaat over de rol van religie in de publieke ruimte. Het is niet zozeer een weerwoord, eerder een thetisch pleidooi voor een bezielde samenleving waarin mensen worden gerespecteerd in hun diepste overtuiging. Daarbij gaat het niet om het gedogen van religie maar om de stelling dat de samenleving mensen nodig heeft die hun leven vanuit een diepgeworteld geloof leven. Immers zonder geloof vallen we terug op het verzamelen van goederen die de leegte van de ziel uiteindelijk nooit kunnen opvullen. Geloof behoedt mensen voor de overmoed dat de samenleving maakbaar en regelbaar is. Wie gelooft in een God die de eigen verbeeldingskracht overstijgt heeft geen reden zichzelf te verbeelden het wel eens eventjes te gaan maken in deze samenleving. Gelovigen buigen zich voor God in het besef dat we allemaal afhankelijk zijn van iets of iemand die hoger is en meer is dan wijzelf in onze kleinheid. Zo bezien is geloof de verlichting voor de Verlichting. Het brengt de mens terug tot zijn ware proporties, een afhankelijk wezen, dat desondanks in staat is een mooie bijdrage te leveren aan een liefdevolle samenleving.
Dat geloof, niet in wat wij hebben of bezitten, maar in iets dat komt of boven ons is geeft bezieling die het mogelijk maakt boven ons eigen belang uit te stijgen. En dat heeft de samenleving nodig. Borgman zet zich uiteindelijk wel af tegen en samenleving waarin anti-religieuze krachten op fundamentalistische wijze religie en geloof uit de publieke ruimte willen bannen. Alleen wie niet weet waarvoor hij zelf buigt geeft af op geloof en religie.
Overlopen naar de Barbaren is een goed geschreven boek over de waarde van geloof en religie voor de samenleving. Het boek biedt een boeiende analyse van de relatie tussen geloof, religie, kerk en staat. De boeiende inhoud en de prettige schrijfstijl maken dit boek tot een echte aanrader.


5. Levenslessen, Inspiratiebron voor het onderwijs
Anselm Grun, Paul boersma, Nico Dullemans en anderen
Utrecht, Uitgeverij Ten Have, 2012

Door Harry Lamberink


In deze uitgave van De Besturenraad en de Vereniging Katholiek Onderwijs wordt afgerekend met het soort onderwijs waarin het meetbare wordt overschat. Want dat is toch wat er in de afgelopen jaren is gebeurd. Onderwijskwaliteit werd versmald tot meetbare opbrengsten.
In dit boek wordt door de schrijvers een poging gedaan het wezen van het onderwijs en de betekenis ervan voor kinderen en jongeren in woorden te vatten. De school als een plek waar je leert voor het leven. Daarbij gaat het niet alleen om kennis en cognitieve vaardigheden, maar om vorming en om opvoeding. Opvoeden en vormen kan alleen als de richting duidelijk is. De school, de leraar, moeten een beeld hebben dat hen inspireert. Vormen betekent kinderen en jongeren helpen te ontdekken wat het goed is en het mooie en het ware. Onderwijs is dus nooit neutraal. Het is geen supermarkt van waarden waar jongeren naar binnen worden gestuurd om te shoppen.

Anselm Grun: “De school bouwt een eigen wereld, een wereld met waarden, een wereld waarinvolwassenen en kinderen anders met elkaar omgaan, waarin ze elkaar waarderen, elkaar bevruchten. ... Een school zet het leven in beweging dat in iedereen maar al te vaak verborgen zit en brengt het aan de oppervlakte.” Een school leidt het kind van een onbewuste toestand naar bewustzijn. Een school schept ruimte om te leren.

Wie in het onderwijs werkt doet er goed aan af en toe afstand te nemen om zich te bezinnen op het wezen van het onderwijs. Dit boek helpt daarbij.


4. De waarde van culturen
Ton Lemaire: Over de waarde van Culturen: Baarn, Ambo 1976

Door Harry Lamberink

Is de Nederlandse cultuur beter dan de Irakese? Of is de Nederlande samenleving verder dan de Malinese? Dat is natuurlijk een kwestie van standpunt. Maar hoe beoordeel je culturen eigenlijk? Die vraag vormt de kern van dit boek van Ton Lemaire. Het is een boek over de verscheidenheid van culturen tegen de achtergrond van de relatie van het Westen met de derde wereld.
De schrijver, ooit wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Nijmegen, beschrijft de ontwikkeling van kijkwijze op cultuur in de afgelopen honderdvijftig jaren: dat is zo sinds de opkomst van het vak culturele antropologie.
Hij beschrijft hoe de 19e eeuwse vader van de culturele antropologie, Tyler (is niet iedereen het over eens), volledig overtuigd is van zijn evolutionistische kijk op culturen. In het kort: de wereld vormt een psychische eenheid, elke cultuur ontwikkelt zich volgens vaste wetmatigheden. Waar je ook kijkt, in elke cultuur vindt je een fase in de ontwikkeling van savage (wildheid) naar beschaving. De ene cultuur is verder dan de andere. Er is dus een rangorde van ontwikkeld, meer ontwikkeld of onderontwikkeld. Onderzoek in cultuur X kan dus leiden tot verregaande uitspraken over De culturen in zijn algemeenheid. Een dergelijke kijk op cultuur maakt leidt relatief snel tot wetenschappelijk zekerheid over het fenomeen cultuur. Maar het maakt ook morele oordelen over culturen - de eigen en die van een ander - mogelijk.
Begin twintigste eeuw kwam er protest van de particularisten in de VS. Zij betoogden dat algemene conclusies uit cultuuronderzoek bijna niet mogelijk zijn. Elke cultuur kent eigen wetmatigheden en beoordeling van die cultuur vanuit een andere cultuur is erg moeilijk.
De uiterste positie van deze denkwijze leidt tot cultuurrelativisme. In deze visie is er niet eens het recht om te oordelen over andere culturen. Elk mens is immers gedetermineerd door de eigen cultuur en per definitie bevooroordeeld en niet in staat tot een objectief oordeel. Een dergelijk standpunt heeft verstrekkende gevolgen voor de wereldgemeenschap. Immers het zou betekenen dat kindermoord (infanticide) zoals praktijk in sommige culturen (nog steeds) niet afgewezen zou mogen worden en dat er geen sprake kan zijn van Rechten van de Mens. Zo ook zou een totalitair regiem een vrijbrief krijgen omdat ‘dat in onze cultuur nu eenmaal gewoon is’.
Over de Waarde van culturen is een verrijkend boek dat aan het denken zet ook over onze multiculturele of plurale samenleving en dat uitdaagt tot positiekeuze. En vrijwel iedereen wordt zich bij het lezen van dit boek bewust van het feit dat de mens geneigd is om de wereld vanuit zijn eigen culturele waarden te beoordelen (etnocentrisme). Dat is in zekere zin normaal, maar het bewustzijn kan wel behoeden voor al te gemakkelijke oordelen over de ander en over andere culturen.
Ton Lemaire heeft - misschien wel omdat de wetenschap van de culturele antropologie - als gevolg van een cultuurrelativistisch standpunt -  onzin wordt, zich in 1990 teruggetrokken op het Franse platteland.  Zijn laatste publicatie is volgens Wikipedia 2010.


3. Het oog van de Meester
George Steiner:  Het oog van de meester (Lessons of th Master 2002)
Amsterdam De Bezige Bij, 2004

Door Harry Lamberink
Nee, het boek is niet van de Steiner van het Antroposofisch onderwijs, van de Waldorfscholen. George Steiner is een Frans, Amerikaans, Engelse literatuurwetenchapper en (cultuur)filosoof.  Steiner in Wikepedia
In zijn boek Het oog van de Meester, is Steiner op zoek naar het wezen van de relatie tussen de Meester en zijn leerling. Wat gebeurt er precies tussen beiden. Wat maakt de relatie tot een succes en wat kan er ook misgaan.
Steiner zoektocht brengt hem bij verschillende grote werken uit de wereldlitatuur. Hij komt terecht bij de klassieken als Aristoteles en Plato, Ovidius maar analyseert ook Dante’s  Goddelijke komedie en Aldus sprach Zarathoestra van Friedrich Nietsche.
Steiner wijst op de enorme impact die een leraar heeft of kan hebben op de leerling. En dat temeer naarmate er sprake is van een één-op-één relatie. Hij beroep is volgens hem niet zomaar een beroep,  maar een roeping. Als een leerling open staat om te leren dan heeft de leraar een grote verantwoordelijkheid. Steiner windt zich op over slechte leraren en slecht onderwijs: “Gebrekkig onderwijs, pedagogisch routine en een stijl van lesgeven die, bewust of onbewust, cynisch is in zijn louter utilitaire doeleinden, zijn rampzalig. Ze rukken hoop bij de wortels uit. Slecht onderwijs is, bijna letterlijk, moorddadig en, metaforisch gezien, een zonde. Het verlaagt de student, het reduceert het onderwerp dat wordt gepresenteerd tot grijze zinloosheid. Het druppelt in het bewustzijn van het kind of de volwassene het bijtendste zuur, verveling, het moerasgas van de saaiheid” (25).
Een goede leraar zorgt er voor dat de leerling hem verlaat, zo betoogd Steiner. Het kan betwist worden, maar hij volgt Wittgenstein in zijn uitspraak dat de ware leerling zal leren zichzelf te volgen (123) . En het archetype van de Meester is dat van een wijze die zich terugtrekt op de hoge toppen, vervolgens afdaalt en onderwijst. Zijn onderwijs trekt leerlingen maar zet hen ertoe aan hem in de steek te laten (121).
Een leraar die er van houdt om af en toe even met afstand naar zijn of haar vak te kijken kan genieten van dit inspirerende boek over de essentie van de relatie tussen Meester en leerling.    
Gezien de vele bruggetjes die de schrijver legt naar allerlei filosofische werken, vraagt het lezen van het boek rust en aandacht.  


2. Over Vertrouwen
Francis Fukuyama: Trust: The Social Virtues and the Creation of Prosperity
In Nederlandse vertaling heet het boek:  Welvaart
Maar het gaat over Vertrouwen

door Harry Lamberink

Er is na de Bijbel geen boek dat me zo getroffen heeft en dat zoveel invloed heeft gehad op mijn manier van denken en mijn focus als leidinggevende als Trust.
Francis Fukuyama is een Japans-Amerikaanse cultuurfilosoof die grote onderwerpen onderzoekt en bespreekt. In dit boek bespreekt hij de sociale situatie in diverse landen van de wereld en de impact die dit heeft op de mogelijkheden van een samenleving. Vertrouwen is daarbij het centrale begrip. Zo laat hij zien dat er veel  vertrouwen nodig is in een samenleving om grote bedrijven te laten floreren. In Italië, waar de burger vooral vertrouwen heeft in zijn eigen familie en veel minder in buitenstaanders, is het vertrouwen laag. Het valt daar ook niet mee om een bedrijf te runnen die het nodig maakt om anderen dan je eigen familieleden in te zetten.
Fukuyama laat zien dat vertrouwen een bijna doorslaggevende factor is voor het welslagen van grote projecten. Maar ook voor het functioneren van de grote instituties in de samenleving is vertrouwen van groot belang. Denk aan de rechterlijke macht of aan de politie, het parlement, de school of de kerk.
Vertrouwen als het sociale kapitaal van de samenleving en van elke organisatie of instituut daarbinnen, bepaalt de mate waarin er sprake kan zijn van opbrengsten, resultaten en dus ook van economisch succes en van de welvaart in het land.

Sinds ik dit boek gelezen heb ben ik bereid structuren te aanvaarden die ik misschien zelf niet gekozen zou hebben mits er sprake is van onderling vertrouwen. Structuurdiscussies beschouw ik sindsdien niet helemaal, maar wel al snel, als energieverlies. Natuurlijk zijn er structuren die beter functioneren in een gegeven situatie en structuren die minder geschikt zijn. Maar doorslaggevend zijn ze nooit. Het gaat erom of de mensen die binnen de structuren werken, elkaar vinden, elkaar vertrouwen. En als dat zo is dan zul je zien dat de structuur ook veel minder een rol speelt.

De overheid zoekt het ook te vaak in structuurwijziging, waarschijnlijk eenvoudigweg omdat de overheid daar op kan sturen. Neem nu de Jeugdzorg. Nog niet zo lang geleden werd geconstateerd dat hulpverleners onvoldoende met elkaar samenwerken en dat kinderen zo tussen wal en schip belanden. Ja, dat excessen mogelijk zijn omdat hulpverleners langs elkaar heen werken. De oplossing, Het Bureau Jeugdzorg. Het BJZ organiseerde één voordeur voor alle vragen en problemen met en rond kinderen en jongeren en een palet van hulpmogelijkheden achter deze voordeur. Zo kon de burger de weg naar de hulp eenvoudig en snel vinden.
Vijftien jaar later werd opnieuw geconstateerd dat hulpverleners langs elkaar heen werken en dat de drempel te hoog is voor de burger. Dat leidde recent tot inrichting van Centra voor Jeugd en Gezin. Er is niets mis met de CJG’s. Ze kunnen prima werk doen. Maar als van nieuwe vormen De Oplossing wordt verwacht, zal teleurstelling het gevolg zijn.
Ooit werd de Jeugdzorg de verantwoordelijkheid van de Provincies en in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw worden de gemeenten eigenaar van de jeugdzorg. Het is een enorme operatie die tijd, energie en geld kost.
Deze omvangrijke structuurwijzigingen zijn soms nodig omdat verandering iets van elan met zich mee kan brengen of verscherpte focus.
Als deze wijzigingen bedoeld zijn om de kwaliteit van hulp aan kind en gezin te verbeteren dan kan met recht worden getwijfeld aan het nut ervan.  De kwaliteit van de hulp aan het individuele kind en aan het gezin hangt primair samen met de kwaliteit van de hulpverlener, zijn ambitie, zijn trouw, zijn vaste wil om kind en gezin er bovenop te helpen. En natuurlijk is het belangrijk dat er sprake is van een passende opleiding,  van adequate ondersteuning.  Zo is het ook in het onderwijs: de kwaliteit van de leerkracht en vertrouwen in het team en goed onderwijskundig leiderschap maken de kwaliteit van het onderwijs.


1. Op Rancuneuze gronden?
Over Nederland en het onbehagen
Forum C
Door Harry Lamberink

In 2012 verscheen het boekje Op Rancuneuze gronden, onbehagen en populisme in de Lage Landen, uitgegeven door ForumC. Het bevat enkele artikelen waarin een poging wordt gedaan grip te krijgen op het onbehagen dat in de Nederlandse samenleving zo tastbaar aanwezig is. Het onbehagen heeft PVV en SP groot gemaakt. Bij de laatste verkiezingen hebben ze samen aanhang verloren. Maar het onbehagen is niet verdwenen.

In een ND artikel stelt Pieter Vos dat het onbehagen erbij hoort. Bij de democratie wel te verstaan. Rancune en onbehagen ontstaan in zijn beeld doordat de democratie de belofte van gelijkheid niet heeft kunnen inlossen. Onbehagen is zo ook van alle tijden. Misschien is dat wel waar.
Maar je het accent ook net even anders leggen: het kan ook zijn dat - los van het politieke systeem - het primaat van het persoonlijk belang, niet alleen als survival van het postmoderne tijdperk, maar als kenmerk van de mensheid, mensen ontevreden maakt. Wie eigen belangen voorop stelt komt altijd tekort.
Wie gericht is op het belang van de ander is sneller tevreden. Mooi zijn in dit verband de woorden die de multimiljonair Rothschild op zijn sterfbed zij hebben uitgepsroken: “van mijn banksaldo kan ik niets meenemen, maar wat ik weggegeven heb neemt niemand mij meer af.”  
Rancune is een levenswijze waarin de eigen positie van onvermogen en al dan niet vermeende achterstelling, wordt gekoesterd. Boos zijn is immers in zekere zin plezierig omdat het de ander of een anoniem instituut aanwijst als oorzaak voor de eigen ellende. Wie geen verantwoordelijkheid neemt voor het eigen leven, kan zich maar beter in onbehagen wentelen. Dan ziet de wereld er tenminste overzichtelijk uit: ik lijdt maar ik kan er niets aan doen. Of een stapje verder: ik lijdt en de regering of de gemeente of de kerk of ... zal er voor boeten.
En dan kom ik via een omweg toch weer terecht bij het boekje van Vos en anderen. Zij vragen zich ook af hoe de relatie tussen het onbehagen en het populisme van SP en PVV er uitziet. Maar als deze partijen verliezen terwijl het onbehagen blijft, vormen deze partijen misschien slechts één van de routes om het onbehagen te kanaliseren. Misschien is die route nog te verkiezen boven een bestorming van het Binnenhof en de guillotines.

Tegelijk: alle beschouwingen over rancune en onbehagen ten spijt mogen we hopen dat de meest kwetsbare burgers in onze samenleving nu niet de rekening van deze analyse gepresenteerd krijgen. Onbehagen leidt hopelijk op gepaster tijd ook tot  mededogen.

Al met al een lezenswaardig boekje van 60 pagina’s dat inderdaad helpt om wat preciezer te kijken naar Rancune en Onbehagen. Aanbevolen.

Op Rancuneuze gronden, Onbehagen en populisme in de Lage Landen.
Onder redactie van R. Rouw, P.H. Vos en J.H. Roeland.  
Publicatie van Forum c, uitgave Buijten & Schipperheijn, Motief - Amsterdam 2012