Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.

Weblog:

De verzorgingsstaat
Natuurlijk is de verzorgingsstaat niet houdbaar. Zover reikt onze solidariteit niet. Toen, in het midden van de vorige eeuw, iedereen wist dat je voor jezelf en je familie moest zorgen, was het sociale vangnet van AOW en zo, een welkome redding voor hen die het echt niet meer redden. Een aanvulling op de draagkracht van de samenleving. Sindsdien heeft zich gaandeweg het hardnekkige misverstand dat de staat mensen gelukkig kan maken in ons allen vastgezet. Het web van sociale voorzieningen groeide. En evenredig daaraan groeide de overtuiging dat we er allemaal recht op hebben en dat het vanzelfsprekend is. Maar omgekeerd groeide ook de weerstand van diezelfde burger die dit stelsel met belastinggeld in stand moest houden. En omdat degenen die betalen vaak anderen zijn dat degenen die een beroep doen op de hulp, zal het stelsel verder worden uitgekleed. Want er is een grens aan de solidariteit, nietwaar?
En nu spreken we over de participatie-samenleving: een samenleving waar mensen voor elkaar zorgen en waarin de staat nog slechts een minimaal vangnet in stand houdt. Het maakt ons ongerust, niet meer zeker te zijn van vanzelfsprekende goede oude dag of hulp in moeilijke situaties.
De vraag is wat dat betekent voor de zwaksten in de samenleving en voor de mensen die niet in staat zijn een sociaal netwerk te onderhouden. Hebben we het vermogen om iets van ons zelf te offeren voor de ander? Ik ben er niet gerust op. Immers gaandeweg was er minder plaats in ons leven voor onvolkomenheden en voor het lijden. We hebben het vermogen om onrecht en lijden te verdragen daarmee ook goeddeels verloren. Onze conditie is in dat opzicht hard achteruit gegaan. Dat geldt ook voor de mate waarin we iets voor anderen kunnen en willen betekenen. Economische zelfstandigheid - mannen en vrouwen, allemaal een baan, leek wel het hoogste goed. En nu we alle hypotheken daarop hebben aangepast kunnen we ook niet meer terug. Ruimte voor hulp aan de omgeving is dan ook beperkt geworden.

Nu lijkt het net of er nu geen mensen zijn die iets voor anderen doen. Dat is niet waar. Er zijn veel vrijwilligers die, vaak onzichtbaar, veel voor de samenleving betekenen en binnen families is er ook zorg voor elkaar en in de kerken gebeuren er mooie dingen.

Maar bij het wegvallen van veel vanzelfsprekende voorzieningen zal het beroep op de naaste fors toenemen. Niemand die nog goed kan inschatten waar het precies op uit draait. Misschien is het de onontkoombare noodzaak die ons helpt om de zorg die nu is uitbesteed aan instituties, weer op te pakken. Misschien ligt er ook weer een uitdaging voor de kerken om, in de voetsporen van Jezus, helend en helpend in de samenleving aanwezig te zijn.   
    

Het #liedboek
Zaterdag 25 mei was ik getuige van de presentatie van het Liedboek voor de Kerken. Voor 8 protestantse kerken in Nederland en Belgie werd het liedboek samengesteld. Het bevat meer dan 1000 liederen. Enkele duizenden gelovigen trokken naar Monnickendam om de presentatie mee te maken. In de Grote Kerk had de manifestatie plaats. Ik ben blij dat ook het kerkgenootschap waartoe ik behoor, heeft geparticipeerd in de totstandkoming van het liedboek. En ik ben benieuwd hoe het liedboek zal worden ontvangen in de diverse gemeenschappen. Tijdens de bijeenkomst werden diverse liederen gezongen. Ik ben er van overtuigd dat we nu kunnen beschikken over veel mooie nieuwe liederen. Maar van een enkel lied dacht ik ook - die zullen we wel niet gaan zingen in onze gemeente. Dat was bv. Het geval bij het lied Wees geprezen, bron en schenker. Daarin staat onder andere: ik zing voor u, broeder zon, tevoorschijn tredend uit de nacht.... En even later: Ik zing voor u zuster maan, en alle sterren om haar heen... Ik zing voor u zuster water... enzovoort. Even ervoor had de leider van de samenkomst ons verteld dat de liederen van heinde (dichtbij) en verre waren gehaald en gebracht. En bij dit lied vroeg Tea dan ook, “zou deze van de indianen komen?” Dat was echter niet het geval. Het bleek een variatie op het Zonnelied van Franciscus van Assisi. Maar zo kan het gaan.
Hoe zal het boek worden ontvangen? Ik realiseer me niets de kerken in het verleden zo in beroering bracht dan gezangen. Steeds weer zijn het de gezangen die het kerkvolk verdeelt. Ik hoop dat het dit keer niet zo zal zijn.
Liederen zijn er om God mee te eren, maar ook om alle emoties van het leven uit te zingen en woorden te geven aan hetgeen niet gezegd kan worden.
Ik ben blij dat ik deze toch wel historische gebeurtenis mee mocht maken. En en passant waren we er even uit. Vrijdag met de camper naar Marken om daar een dagdeel rond te lopen en er te eten en te overnachten. En na afloop teruggereden via Hoorn, Enkhuizen en Lelystad. Een paar mooie dagen.

Krimp

Krimp blijft ons bezighouden.
Gezien het politieke tij, zal staatssecretaris Dekker zich wel niet branden aan een scherpe getalsmatige norm inzake de schoolgrootte. Maar de krimp die, samen met onderwijskwaliteit, de aanleiding vormt voor de hele discussie over schoolgrootte, is wel een feit. In Groningen staat Krimp, bij veel schoolbesturen hoog op de agenda. Gemeentebesturen vragen zich af hoe ze de begroting op orde kunnen houden nu ze veel moeten afschrijven op onderwijshuisvesting. En dat zal moeten. Maar er zijn meer gevolgen. Wat te denken van het schoolteam dat jaar na jaar moet constateren dat er weer een lichte krimp is. En de schooldirecteur die de elk jaar weer tekort komt op zijn begroting? Bij krimp kan het bij een schoolbestuur om aanzienlijke bedragen gaan, tonnen. Maar bij scholen gaat het maar om een paar leerlingen minder. Hoe los je dat op? Op school x zijn vier leerlingen minder dan vorig jaar. Het heeft te weinig invloed op de groepsgrootte om ingrijpende stappen te zetten, de kachel brandt even hard als voorheen en het lokaal moet evengoed worden schoongemaakt. Krimp levert puzzels op die vragen om nieuwe creativiteit. Vaste jaargroepen, klassikaal onderwijs en andere vanzelfsprekendheden gaan voorbij om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen garanderen bij teruglopende financiële mogelijkheden. Want een school met 80 leerlingen gaat uit van 4 groepen. Een school van 110 leerlingen kan ook met vier groepen werken. Het verschil is wel 30 leerlingen of € 150.000. Voor dat geldt kunnen bijna 3 leerkrachten aan het werk worden gehouden. Krimp gaat geleidelijk. Dat betekent dat scholen voor meerdere jaren ‘onvoordelige’ groepsgrootten kunnen hebben. Als dat voor te veel scholen tegelijk geldt heeft het schoolbestuur een stevige puzzel op te lossen.
Ik ben benieuwd of de druk die hiervan uitgaat niet ook nieuwe creativiteit naar boven brengt in de scholen. Deze week zat ik met het directieberaad van VGPONN. Ik merkte dat bij sommige collega’s iets gaat borrelen. “We moeten op geheel nieuwe manier naar het probleem kijken en onze bestaande aannames loslaten” zo was de teneur. Daarmee heb je het nog niet geregeld natuurlijk. Maar het is wel zo dat onder druk nieuwe dingen tot stand komen. Innovatie heeft vaak te maken met economische noodzaak. Ik hoop dat we in het onderwijs kunnen innoveren, zodat we ontdekken dat er meer manieren zijn om leren tot een succes te maken, dan we tot nu toe hebben gedacht.
Krimp is een bedreiging. In zeker opzicht, ja. Maar krimp biedt misschien ook kansen. We zullen het zien.    


Schoolkeuze (7 maart 2013)

Tweemaal sprak ik deze week voor ouders van de basisschool. Vorige week donderdag in Emmeloord voor ouders van leerlingen in groep 7 en 8. Het ging over de vraag, op welke gronden kies ik nu eigenlijk een school voor mijn kind. En gisteravond in Delfzijl ging het over de identiteit van het gereformeerde onderwijs. In beide gevallen ging het voor een groot deel over opvoeden. En daar moet het ook over gaan als de schoolkeuze in beeld is. Natuurlijk zijn er meer en andere invalshoeken, maar volgens mij weegt deze wel zwaar.

De schoolkeuzemotieven die meestal worden genoemd: de sfeer in de school, waar zitten de vriendjes op school, de afstand tot de school, de kwaliteit, de identiteit, enz. Ik constateer dat kinderen 12-14 jaar lang op school zitten in het basis- en het voortgezet onderwijs. Per jaar oefenen leerkrachten ongeveer 1000 uren invloed uit op het kind. Als ouder moet je daar nog maar aan zien te komen. 1000 uren. Dat is het wel duidelijk dat de opvoeding van het kind voor een niet onbelangrijk deel ook in handen van leerkrachten ligt. Dan wordt de schoolkeuze een serieuze zaak.
Wat zijn zwaartepunten in de opvoeding. Ja, natuurlijk, waarden en normen aanleren. Zo dat kinderen leren zich in deze samenleving te bewegen. Je leert ook de waarden en normen van de samenleving en je leert kritisch te zijn op de waarden en normen van de samenleving.
Opvoeden is ook kinderen helpen de wereld om hen heen te duiden, van betekenissen te voorzien. Wat is de waarde der dingen; wat doen de dingen met je. Als je je kind christelijk opvoedt leer je het kind dat het onder een open hemel leeft. Dat heeft enorme impact op het bestaan. Dat de natuur een geschapen werkelijkheid is die we in bruikleen hebben en dat ik medemensen respecteer omdat ze ook geschapen zijn door God. Wat doe ik met mijn tijd en met mijn geld, want hoe zie je je tijd en je geld?
We helpen kinderen ook de weg te vinden in de overload van informatie. Want niet het technische kunstje is de uitdaging als het om de media gaat - ja voor volwassenen misschien -  maar dat wat je aantreft als je het wereldwijde web binnengaat. Wat is de waarde der dingen, wat is waar en wat is fake. Wat is bedoeld om je te misleiden en waar vind ik integere informatie?
Een derde punt waar ik op stuitte is dat we kinderen helpen keuzes te maken en te leren keuzes te maken. Kinderen, maar ook volwassenen staan dagelijks voor veel dillemma’s. Er valt veel te kiezen en iedereen moet kiezen. Ingeslepen paden begaan is not done. Je moet kiezen en je moet je keuze kunnen onderbouwen. Dat is de claim die de cultuur anno 2013 ons op de schouders legt.

Het maakt veel uit wie er voor de klas staat. Kinderen en jongeren nemen veel van leerkrachten aan zolang ze geloofwaardig zijn.

Als je zo kijkt naar schoolkeuzemotieven dan gaat het wel ergens over. De school heeft een grote invloed op kinderen. Dan kun je maar beter weten wat de school met je kind voor heeft. Scholen moeten dus ook goed kunnen uitleggen wat ze te bieden hebben.