Startpagina.
Diensten.
Vogeltaal.
Persoonlijk.
Contact.
Tarieven.
Integratie vraagt respect voor eigenheid
Artikel in Concent-berichten 2004

Door Harry Lamberink

Het onderwijs is regelmatig in de aandacht. Begin van het eerste decennium ging veel aandacht uit naar onderwijsachterstanden van allochtone leerlingen, integratieproblemen en de rol van scholen daarbij. Scholen worden gezien als instrument om integratie te bevorderen. Het islamitisch onderwijs daarentegen wordt door sommigen gezien als belemmering voor de integratie van de allochtone leerlingen. Bij het zoeken naar oplossingen lijkt te worden voorondersteld dat integratie wordt bevorderd als de verschillende bevolkingsgroepen hun eigen identiteit, hun eigenheid afvlakken. Kortom als we allemaal wat meer op elkaar gaan lijken, dan gaat het beter. Maar een samenleving heeft juist behoefte aan bezielde mensen, aan mensen die vanuit een diepe overtuiging willen bouwen aan de toekomst van dit land.
De integratie van allochtonen, of beter het gebrek aan die integratie, leidt her en der tot forse problemen in de samenleving. En de achterstandsituatie van veel allochtonen is evident; slechte taalbeheersing, geen of een lage opleiding, geen of laag gekwalificeerd werk, gebrekkige deelname in ons staatsbestel. Ook al is de werkelijkheid genuanceerder, de problemen op dit punt worden door links en door rechts erkend.
Maar hoe breng je daarin verandering. Wat kan minderheden stimuleren om deel te nemen
aan de samenleving en daarbij ook ambities te hebben of te ontwikkelen?

Respect voorwaarde voor integratie

Het hebben van een markante eigen identiteit wordt daarbij gezien als een belemmerende
factor voor integratie. Om die reden zijn sommige politici zelfs bereid het islamitische
volksdeel in Nederland grondrechten, zoals het oprichten van eigen scholen, te ontzeggen.
Er is ook een sfeer ontstaan waarin islamitische scholen werden verdacht van het aanzetten tot haat. Dat dit al lang weerlegd is door de onderwijsinspectie, belemmert sommigen niet om de verdenking te blijven koesteren.
De dingen moeten bij hun naam worden genoemd. Maar de voortdurende aandacht voor – al dan niet schijnbare - excessen legt een druk op de minderheidsgroepen en belemmert
daardoor integratie. Die druk bewerkt eerder radicalisering van sommige groepen in de islam dan normalisering van hun aanwezigheid in onze samenleving. Om te integreren hebben allochtone burgers het nodig zich in onze samenleving welkom te voelen. Integratie van allochtonen in onze samenleving is daarom alleen mogelijk als zij worden gerespecteerd in hun eigen zijnswijze. Alleen wie zich veilig voelt komt in beweging en kan openstaan voor het andere van de omringende cultuur. Wie zich bedreigd voelt sluit zich op binnen de veilige grenzen van het bekende, de eigen cultuur of groep.

Calimero

Minderheden hebben al snel last van het “zij zijn groot en ik is klein” effect, zoals Calimero dat zo sprekend verbeeld. Dat leidt vaak tot defensieve reacties. De wij-zij effecten die erdoor worden versterkt belemmeren integratie. De behoefte aan een vertrouwde sfeer waarbinnen mensen zich kunnen thuis voelen blijft dan onverminderd sterk.
In de jaren zestig en zeventig hebben we dat gezien bij sommige Surinamers die naar Nederland kwamen. Probeerden ze in Suriname zo “wit” mogelijk te zijn in hun gedrag, eenmaal in Nederland gingen ze de Surinaamse gewoonten weer meer waarderen, zochten ze elkaar op en gaven ze opnieuw inhoud aan culturele gewoonten die ze in Suriname allang vaarwel hadden gezegd.

Witte scholen, zwarte scholen

En dan de scholen. Scholen zijn er in eerste instantie om leerlingen kennis en vaardigheden bij te brengen en om hen te begeleiden op weg naar een volwassen rol in de samenleving.
Daarover moet geen misverstand zijn. Dat scholen nu afgerekend worden op hun bijdrage aan het oplossen van het integratievraagstuk is het gevolg van een politieke constructie, waarbij eerst wordt gesteld dat scholen een belangrijke rol kunnen en moeten spelen en waarbij vervolgens wordt bezien wie dat wel en wie dat niet doen.
Wie bekend is met bijvoorbeeld het gereformeerd onderwijs weet dat deze scholen open staan voor allochtone leerlingen. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat gereformeerde scholen doorgaans de kleur aannemen van hun omgeving, zoals met de meeste scholen in Nederland het geval is. Segregatie is primair het gevolg van bevolkingsconcentraties in wijken en wordt pas daarna ook zichtbaar op de scholen die in die wijken staan.
De leerlingenpopulatie van gereformeerde scholen loopt sterk uiteen, al naar gelang de stad of het dorp waar de school staat: enerzijds zijn er gereformeerde scholen met voornamelijk Nederlandse kinderen, gewoon omdat er weinig of geen christelijke allochtone ouders in de omgeving wonen die een beroep op de school doen. Anderzijds zijn er scholen, in de grote steden bijvoorbeeld, met veel allochtone leerlingen.

School als wegwijzer

Het kenmerk van bijzonder onderwijs is dat ouders een school kiezen die aansluit op de
opvoeding thuis. Levensbeschouwing vormt daarbij het criterium. Want scholen doen
natuurlijk wel meer dan rekenen en taal bijbrengen: kinderen worden begeleid en gevormd in de richting van een volwassen deelname aan onze samenleving. Dat is (ook) opvoeden. Het maakt nogal uit hoe dat gebeurt. Want wie kinderen begeleid, wijst ze de weg, leert ze verantwoordelijk te zijn en een bijdrage te leveren aan de samenleving. Kinderen leren daarbij – als het goed is – ook om op verantwoorde manier om te gaan met medeburgers, in de privésfeer, in het maatschappelijke leven en in het staatsbestel.
Maar om kinderen de weg te wijzen is het wel nodig dat je zelf de weg weet: dat je een mening hebt over de vraag hoe die samenleving er zou moeten uitzien. Bij het “de weg wijzen” maak je immers keuzes: je leert kinderen dat medeburgers respect verdienen en dat je mensen die dat nodig hebben voorthelpt en vooral ook waarom.
Vragen van zingeving zijn levensbeschouwelijke vragen die je alleen echt kunt beantwoorden als je zelf leeft vanuit een vaste overtuiging. Wie beschikt over een dergelijke overtuiging heeft een drive om die samenleving ook mee vorm te willen geven. Dat over te dragen vormt kinderen en jongeren.

Opvoeding en identiteit

Kinderen leren niet alleen individueel vaardig te worden om een rol in de samenleving te gaan spelen. Kinderen leren ook de culturele betekenissen die mensen binnen een groep delen, die mensen aan elkaar verbindt en die hen identiteit verschaft. Cultuur omvat betekenissen die vaak op onbewust niveau worden begrepen en toegepast, maar die ooit ergens zijn geleerd. De school heeft een rol in het overdragen van cultuur. Dat gebeurt niet alleen in de lessen via overdracht van kennis, het gebeurt ook via de regels en gedragscodes die op school zelf gelden en vooral via het voorbeeldgedrag van de leerkracht. Dat biedt mogelijkheden voor overdracht van waarden en normen, mits die ouderen zich congruent gedragen: want kinderen luisteren (hopelijk) naar wat volwassenen zeggen, maar veel meer nog kijken ze naar het feitelijke gedrag van volwassenen. Volwassenen die niet congruent zijn in hun gedrag, die A zeggen en B doen, verliezen voor kinderen al snel hun geloofwaardigheid. Van hen zullen ze minder aannemen. Dat geldt ook voor de verschillende personen die een rol spelen in de opvoeding van het kind. Als vader en de meester beiden een andere kant op wijzen raakt een kind in de war. Daarom is een minimale pedagogische eenheid tussen de opvoeding thuis en die op school wenselijk. Dat pleit voor bijzonder onderwijs, waarin ouders zelf een school oprichten die aansluit bij de eigen diepste overtuigingen over de zin en betekenis van het leven.

Democratie veronderstelt variatie

Gaat het over zingeving, dan gaat het over levensbeschouwing. In het onderwijsblad O, heeft Paul Cliteur enige maanden geleden gepleit voor een school waarin vooral wordt ingezet op wat burgers verbindt en juist niet op wat hen scheidt. Dat leidt tot een onderwijsideaal waarbij alle kinderen, ongeacht levensbeschouwing van de ouders, op dezelfde wijze onderwijs krijgen vanuit eenzelfde levensbeschouwelijk kader. Want dat kader geeft Cliteur er wel meteen bij: inzetten op gelijkberechtiging van mannen, vrouwen, heteroseksuelen en homoseksuelen, gelovigen en niet-gelovigen.
Cliteur wijst levensbeschouwelijk onderwijs af omdat in zijn visie levensbeschouwing mensen van elkaar scheidt en zo integratie belemmert. Tegelijk geeft hij zijn eigen levensbeschouwelijk kader als invulling voor die zogenaamde openbare school die er voor iedereen moet zijn. Het is kennelijk zo evident dat een dergelijk zingevingskader nodig is dat ook Cliteur daar als vanzelfsprekend invulling aan geeft, maar dan wel op zijn manier. Hij bepaalt graag zelf hoe kinderen opgevoed moeten worden en zo gaat het uiteraard veel ouders in dit land. Leve het bijzonder onderwijs. Je zou haast denken dat Cliteur bang is dat mensen met verschillende levensbeschouwingen niet goed kunnen samenleven. Dat het fout kan gaan leren we van de excessen uit de geschiedenis, als een enkele ideologie de gewetens gaat dwingen. Maar in een democratie staat juist de veelkleurigheid voorop. Democratie veronderstelt verschillende wereldbeschouwingen bij de deelnemers.

Eigenheid en bezieling

Levensbeschouwing omvat de diepste overtuiging over de zin van het leven met alle
consequenties die dit heeft voor de inrichting van de samenleving. De samenleving heeft
mensen nodig met een heldere overtuiging, mensen die bereid zijn te investeren in de
samenleving waarvan ze deel uitmaken: bezielde mensen.
Dat betekent in Nederland vanzelfsprekend niet dat de eigen levensovertuiging altijd kan
worden verzilverd in de politiek. In een democratisch bestel zijn wet- en regelgeving en
politieke besluiten, de resultante van een democratisch proces waarin alle partijen een inbreng hebben en waarin een ieder uiteindelijk ook de uitkomst respecteert.
Maar wie integratie wil bereiken door bevolkingsgroepen met een stevige levensovertuiging te bewegen die overtuiging op te geven, creëert een land met zielloze mensen, die het ontbreekt aan richtingsgevoel en die de drijfveer missen om zich in te zetten voor een betere samenleving.

Integratie vraagt om respect

Hoe maakbaar is integratie? Wie zal het zeggen. Maar het ligt voor de hand dat een
samenleving die geen respect opbrengt voor het eigene van de verschillende groepen, niet
mag rekenen op optimale deelname van die groepen in de samenleving. Immers wie het
eigene als ongewenst aan de kant zet, zet de groep aan de kant. Die groep mensen zal zich
eerder terugtrekken in de eigen groep en/of zich openlijk of latent afzetten tegen de
omringende samenleving. Zo was het hoofddoekje ooit een van de vele elementen in de
traditie van de Islam. Het hoofddoekje is nu – door alle gedoe erover - geworden tot het
symbool van verzet van islamitische burgers tegen de afwijzing die ze ervaren in de
samenleving. Dat was toch niet de bedoeling.
Respect voor het eigene is niet hetzelfde als het met die ander eens zijn of geen mening
hebben over het geloof van die ander. Integendeel, het ligt zelfs voor de hand dat een
markante eigen overtuiging in mindere of meerdere mate leidt tot afwijzing van andere
overtuigingen. Maar dat kan terwijl je de mens achter de visie accepteert en ruimte biedt. We hebben het hier natuurlijk gewoon over ons democratische bestel, waarin er plaats is voor groepen en opvattingen en waarin geregeld is hoe vervolgens besluiten worden genomen over de inrichting van ons land. In dit land dient er royaal ruimte te zijn aan iedereen die legaal in dit land woont, wat hij ook gelooft en welke kleur hij ook heeft.

Orde en vitaliteit

Respect voor ieders overtuiging betekent ook niet dat ieder zijn eigen gang kan gaan. Want
daarvoor hebben we wet- en regelgeving. Daarin staat waar ieder zich aan heeft te houden.
Die regels gelden voor autochtonen en allochtonen. Daar moeten we ook helder over zijn.
Het Burgerlijk Wetboek ordent de samenleving maar biedt in zich geen inspiratie om mensen aan te zetten mee te bouwen aan hun eigen leefomgeving, om te participeren. Voor een vitale samenleving is meer nodig. Die samenleving heeft behoefte aan mensen en groepen die vanuit diepere overtuigingen (verder reikend dan alleen het eigen belang) deelnemen en bijdragen.
Vanuit dat gezichtspunt moeten we het toejuichen dat mensen een school oprichten die
aansluit bij hun eigen diepste overtuiging. Vanuit dat gezichtspunt moeten we ook blij zijn als mensen zich politiek organiseren om zo binnen het Nederlandse politieke bestel te gaan
functioneren. We hebben een mooi land met ruimte voor variatie en we hebben het mooiste onderwijsbestel van Europa. Houden zo.